Voor een schoolopdracht onderzocht ik hoe interactieontwerp kan bijdragen aan gedragsverandering rondom duurzaamheid, waarbij ik koos voor het onderwerp voedselverspilling. Eerst kwam deel A, onderzoek doen. Ik voerde uitgebreid onderzoek uit via bronnen, een buzz report, een Day in the Life en verschillende veldonderzoeken zoals provocatie, subjective atlas en cultural probes, waarna ik interventiepunten en hypotheses formuleerde. Deze inzichten verwerkte ik in vijf onderzoek posters, waarvan één in het Engels. Het resultaat was een sterke onderzoeksbasis die mij hielp richting te geven aan verdere conceptontwikkeling. Ik leerde hoe waardevol diepgaand onderzoek is om tot relevant en effectieve ontwerpideeën te komen.


Ik heb een bronnenonderzoek gedaan. Daarvoor heb ik een buzz report gemaakt. Dat is een tabel met de belangrijkste informatie van een bron, zoals titel, auteur, samenvatting, sleutelbegrippen of mediavormen. Dit heb ik uiteindelijk verwerkt in een Engelse poster. Hieruit bleek dat huishoudens de grootste oorzaak van voedselverspilling zijn.

Day in the life is een methode waarbij je een dag lang iemand uit je doelgroep volgt. Ik heb voor mijn Day in the life een kookproces van iemand gevolgd, van het producten kopen naar het serveren van de maaltijd. De conclusie was dat bewuste keuzes tijdens het kookproces, zoals niet te veel inkopen, helpen bij minder voedsel verspillen.

Hier heb ik de methode Subjective Atlas gebruikt. Voor deze methode moet je jouw doelgroep iets laten verzamelen om tot een conclusie te komen. Ik verzamelde foto’s van manieren die huishoudens al gebruiken om minder voedsel te verspillen, waaruit restjes invriezen de meest voorkomende oplossing was.

Hier gebruikte ik de methode Provocatie, dan ontwerp je een test die heftige reacties op kan leveren. Mijn test was het laten zien van cijfers over voedselverspilling, waaruit je kunt zien dat huishoudens de grootste voedselverspillers zijn. Daarna volgde nog een enquête met vragen over hun eigen connectie met voedselverspilling, dus of ze vaak eten weggooien en welk product dan het meest. Dit deed ik om meer bewustzijn te creëren.

Hier gebruikte ik de methode Cultural Probes. Dan ontwerp je een kit waarmee je onderzoeksgroep zelf iets kan testen of maken. Ik maakte een format voor restenrecepten. Hierin konden ze dan met eten wat normaal verspild zou worden, zoals half opgegeten groente of fruit, een nieuw recept maken. Hierdoor worden ze gedwongen om creatief om te gaan met restjes en minder eten te verspillen.
